All inclusive

Voeding en een druk leven

In een eerdere blog hebben we besproken hoe je trainen kunt combineren met een drukke levensstijl. Nu is het tijd om hetzelfde principe toe te passen op voeding. Training en voeding gaan namelijk hand in hand. Jouw voedingsdoelen zijn uniek, jouw lichaam is uniek en jouw caloriebehoefte is uniek. Maar, of je nu simpelweg bewust wilt eten omdat het goed voor je is, of omdat je een specifiek doel voor ogen hebt, één ding blijft hetzelfde: voorbereiding is key. 

1.  Plan je maaltijden. Net als met het inplannen van je trainingen is het behulpzaam om een (grof) overzicht te hebben van wat je in een week gaat eten. Dit kan zo nauwkeurig gepland worden als jij zelf prettig vindt.  Je kunt bijvoorbeeld de werkdagen inplannen en in het weekend spontaan bedenken waar je zin in hebt. Voor welke vorm van voorbereiding jij gaat, is aan jou. Het gaat er om dat je gedurende de week zo min mogelijk moeite hoeft te steken in het bedenken van je maaltijden. 

2. Plan je boodschappen. We kennen allemaal het cliché dat je niet op lege maag naar de supermarkt moet gaan, maar dit is een cliché voor een reden. Als je hongerig bent is de kans groter dat je impulsieve, ‘ongezondere’ keuzes maakt. Ook het hebben van een boodschappenlijstje kan helpen. Klinkt simpel, maar kan een groot verschil maken in wat jij in je winkelkarretje legt. Als je ervoor zorgt dat je op praktische momenten boodschappen haalt, heb je op drukke momenten altijd de juiste ingrediënten in huis om een lekkere en voedzame maaltijd neer te zetten. 

3. Mealprep. Mealprep wordt vaak geassocieerd met bodybuilders die elke dag kip, rijst en broccoli eten. Dat kan, maar hoeft zeker niet zo te zijn. Mealprep betekent simpelweg dat je je maaltijden van te voren bereid. Je kunt bijvoorbeeld op zondag al je maaltijden klaarmaken zodat je de rest van de week niet hoeft te koken. Vind je dit teveel werk? Maak dan bijvoorbeeld een extra portie tijdens het avondeten en eet dat de volgende dag als lunch. Voorbereiding is behulpzaam, vooral als je het doet op jouw manier.

4. Laat je omgeving voor je werken. Haal bijvoorbeeld geen ongezonde snacks in huis of plaats deze in een kastje waar je niet vaak kijkt. Zodra jij iets lekkers ziet, gaat er namelijk een lichtje aan in je brein dat signaleert ‘Ik heb honger’ of ‘Dat lust ik wel’. Zelfs als je daarvoor niet eens trek had. Vervolgens kost het een hoop wilskracht om die snack toch niet te eten. Het is een stuk makkelijker om die trigger in eerste instantie te vermijden. Als je echt zin hebt in een iets lekkers kun je dat altijd pakken of kopen, maar zo word je er niet ongewenst aan herinnerd. 

5. Vind wat voor jou werkt. Iedereen heeft andere voorkeuren wat betreft eten. Sommigen kijken ‘s avonds alweer uit naar het ontbijt terwijl anderen pas vanaf 12u ‘s middags trek krijgen. Zoek uit wat voor jou werkt en wat je valkuilen zijn en pas je voeding daar op aan. Als je bijvoorbeeld weet dat je op kantoor vaak honger hebt als je niet ontbijt – en daardoor sneller naar de snoeppot grijpt – zorg dan dat je een makkelijk ontbijtje klaar hebt staan. 

6. Laat je niet leiden door quick-fixes en dieet-trends. Inhakend op tip 4, luister naar je lichaam en wat voor jou werkt. Gooi niet om de haverklap je eetgewoontes om, omdat je het nieuwste dieet wil volgen. Maak kleine veranderingen die passen binnen de levensstijl die jij al hebt en eet maaltijden waar jij je goed en fit door voelt. Je hoeft het niet moeilijker te maken dan een goede basis van vetten, eiwitten, koolhydraten, groente en fruit. 

7. Houd een handjevol recepten in roulatie. Tenzij je een passie hebt voor koken is het niet nodig om elke dag iets nieuws of ingewikkelds te eten. De sleutel tot succes is uitvinden welke voedzame maaltijden jij lekker vindt en deze vervolgens rouleren. Zo hoef je niet elke week opnieuw het wiel uit te vinden, maar heb je een sterke basis waar je op terug kunt vallen. 

8. Zorg ervoor dat je altijd basisingrediënten in huis hebt. Volkoren pasta, rijst, havermout, noten, pindakaas, eieren, kwark, vlees, diepvriesgroenten en fruit zijn voorbeelden. Met deze ingrediënten kun je bijna altijd wel een goede en voedzame maaltijd maken.

9. Bedenk vaste opties voor buiten de deur. Als je vaak on-the-go eet kom je vast wel eens in de verleiding om een kroketje te halen in plaats van een salade. Lekker! Op z’n tijd is daar niks mis mee. Maar, als je structureel je maaltijden buiten de deur haalt kan het behulpzaam zijn om vaste opties te hebben bij je supermarkt of eettent. Ga na welk to-go maaltijden in jouw doelstelling passen. Zo elimineer je wederom keuzestress en impulsieve beslissingen. 


10. Gun jezelf de tijd om te leren. Een laatste tip is om jezelf de tijd te geven. Het vinden van een voedingspatroon dat voor jou werkt kan best even duren en dat is helemaal niet erg. Good things take time.

Tarieven

Select the best plan